Minister Harbers van infrastructuur en Waterstaat heeft de nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging bij het wetsvoorstel Wet Versterking toepassing profijtbeginsel bij de watersysteemheffing naar de Tweede Kamer gestuurd.

In de nota naar aanleiding van het verslag beantwoordt de minister onder andere vragen van Kamerleden over het verplichte karakter om voor woningen en niet-woningen binnen de categorie ‘gebouwd’ verschillende tarieven te hanteren, de bestuurlijke bandbreedte die wordt voorgesteld voor de categorieën ‘ongebouwd’ en ‘natuur’, de relatie tussen het wetsvoorstel en het beginsel ‘de vervuiler betaalt’, de relatie tussen het wetsvoorstel en kaderrichtlijn water en de reden waarom enkel beperkte wijzigingen in het wetsvoorstel zijn uitgewerkt. Ook gaat de minister in op de lastenverdeling tussen woningeigenaren en eigenaren van niet-woningen. Tot slot is aan de nota naar aanleiding van het verslag een nota van wijziging toegevoegd op basis waarvan waterschappen nog meer mogelijkheden krijgen om waardevolle stoffen in afvalwater minder te belasten. Waardevolle stoffen kunnen door de voorgestelde wijziging minder belast worden als deze in bepaalde concentraties in het afvalwater aanwezig zijn. De nota van wijziging is op verzoek van de Unie van Waterschappen toegevoegd. De verwachte inwerkingtreding van de wet is 1 januari 2026.

Wetsartikelen:

Waterschapswet 122

Waterschapswet 121

Waterschapswet 129

Waterschapswet 119

Waterschapswet 118

Waterschapswet 117

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Milieuheffingen

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 13 december

Informatiesoort: VN Vandaag

80

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen