X exploiteert vanaf 2014 een café als eenmanszaak. Het café inclusief de bovenwoning is eigendom van zijn broer. In november 2017 is een integrale handhavingsactie uitgevoerd, waarbij de inspecteur X heeft gewezen op zijn administratie- en bewaarplicht. In 2018 gaat X failliet. Uit het daarna gehouden boekenonderzoek volgen diverse naheffings- en (navorderings)aanslagen in de BTW- en IB-sfeer, alsmede verzuim- en vergrijpboeten. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant zijn de omzet- en winstcorrecties terecht. De boeten worden nog wel ambtshalve gematigd wegens het overschrijden van de redelijke termijn.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X de IB-aangiften over 2015 tot en met 2017 niet (tijdig) heeft gedaan, zodat voor deze jaren de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Ook de vereiste aangifte IB/PVV 2014 en de vereiste aangiften OB 2014 tot en met 2017 zijn niet gedaan. X slaagt niet in zijn verzwaarde bewijslast dat de aanslagen te hoog zijn. De schattingen van de inspecteur zijn redelijk. Er is geen sluitende kasadministratie, terwijl een zeer groot deel van de inkomsten contant wordt ontvangen. In 2014 is er een negatieve kas van € 30.000, de verantwoorde omzet van de gokautomaten strookt niet met de uitkomsten van een derdenonderzoek en de brutowinstmarges zijn te laag. De gematigde boeten zijn ook passend en geboden. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Algemene wet bestuursrecht 8:42
Algemene wet inzake rijksbelastingen 27e
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 7 april
Informatiesoort: VN Vandaag