Rechtbank Oost-Brabant verwerpt het standpunt van X bv dat de gemeente de stukken over de opbrengstlimiet rioolheffing al in de bezwaarfase ter inzage had moeten leggen.
Belanghebbende, X bv, komt in beroep tegen een aantal WOZ-beschikkingen en aanslagen voor twee garages/autoshowrooms in de gemeente Veghel.
Rechtbank Oost-Brabant verwerpt het standpunt van X bv dat de gemeente de stukken over de opbrengstlimiet rioolheffing al in de bezwaarfase ter inzage had moeten leggen. De rechtbank legt uit dat X bv pas in de aanvulling van het bezwaarschrift de opbrengstlimiet ter sprake heeft gebracht, zonder de gronden verder nader in te vullen. Op de hoorzitting heeft X bv afgesproken dat de gemeente een aantal stukken zal verstrekken en dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar antwoord geeft op vragen van X bv. Gelet op deze gang van zaken zijn het gemeentelijk rioleringsplan en overzichten van kostenposten en dotaties geen op het bezwaar betrekking hebbende stukken geweest (zie Hof Amsterdam 30 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2177). Het verstrekken (of ter inzage leggen) van stukken reikt niet zo ver dat de heffingsambtenaar alle stukken moet overleggen die hem ter beschikking staan. De omvang van de stukken laat zich begrenzen door wat belanghebbende daarover stelt in zijn bezwaar en eventueel voorafgaand aan de hoorzitting daarop nog toelicht. De rechtbank verklaart het beroep tegen de rioolheffing en de WOZ-waarde van garage/autoshowroom 2 ongegrond. Het beroep tegen garage/autoshowroom 1 is gegrond omdat de aanslag gebruikersheffing ten onrechte aan X bv is opgelegd.
Wetsartikelen:
Wet waardering onroerende zaken 17
Algemene wet bestuursrecht 7:4
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Instantie: Rechtbank Oost-Brabant
Editie: 18 februari