Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het onderscheid in proceskostenvergoeding tussen fiscale en niet-fiscale zaken niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

X komt in beroep tegen een WOZ-beschikking 2020. De heffingsambtenaar verlaagt in bezwaar alsnog de WOZ-waarde. In geschil is onder meer de hoogte van de bezwaarkosten. X acht het onderscheid in proceskostenvergoeding tussen fiscale en overige zaken in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het onderscheid in proceskostenvergoeding tussen fiscale en niet-fiscale zaken niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. In de bezwaarfase maakt het Besluit proceskosten bestuursrecht een onderscheid in puntwaarde tussen deze categorieën. Het arrest van de Hoge Raad over de hoogte van de proceskostenvergoeding beroep voor WOZ- en BPM-zaken (HR 27 mei 2022, V-N 2022/24.13) ziet niet op het onderhavige onderscheid tussen fiscale en niet-fiscale zaken. De rechtbank legt uit dat als de Hoge Raad dit onderscheid discriminatoir had bevonden hij ambtshalve dit onderscheid in de bezwaarfase had opgeheven, zoals hij dus (ook ambtshalve) heeft gedaan voor de lagere vergoeding voor WOZ- en BPM-zaken in beroepsfase. De rechtbank stelt X op dit punt in het ongelijk. Het beroep is wel gegrond omdat de heffingsambtenaar in de beroepsfase de bestreden WOZ-waarde alsnog heeft verlaagd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit proceskosten bestuursrecht 1

Algemene wet bestuursrecht 7:15

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Editie: 1 juni

27

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen