Op 22 juli 2019 kondigt de Belastingdienst een boekenonderzoek aan bij X voor de jaren 2016 tot en met 2018. X verstrekt op 16 september 2019 een overzicht van gekochte bitcoins. De inspecteur vraagt op 24 september 2019 om aanvullende informatie over de bitcointransacties. X reageert op 7 oktober 2019, maar de inspecteur blijft om nadere informatie vragen. Op 6 november 2019 stelt de inspecteur een eerste informatiebeschikking vast, waarop X bezwaar maakt. Dit bezwaar wordt op 11 maart 2020 gegrond verklaard en de eerste informatiebeschikking wordt vernietigd. Op 30 maart 2020 vraagt de inspecteur opnieuw om informatie over de bitcoins. X stelt dat hij alle beschikbare informatie al heeft verstrekt. Op 1 september 2020 stelt de inspecteur een tweede informatiebeschikking vast. X maakt bezwaar tegen deze tweede informatiebeschikking, maar dit bezwaar wordt op 30 december 2021 ongegrond verklaard. X stelt beroep in bij de rechtbank. In beroep is in geschil is of de tweede informatiebeschikking terecht is vastgesteld.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de tweede informatiebeschikking onterecht is vastgesteld, omdat deze betrekking heeft op dezelfde tekortkomingen als de eerste informatiebeschikking. Zowel de eerste als de tweede informatiebeschikking zijn gegeven wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie over de bitcointransacties. De inspecteur heeft bij het opleggen van de tweede informatiebeschikking verzocht om informatie die ook al was verzocht bij het opleggen van de eerste informatiebeschikking. De rechtbank vernietigt daarom zowel de uitspraak op bezwaar als de tweede informatiebeschikking. X' beroep is gegrond.
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Algemene wet inzake rijksbelastingen 47
Algemene wet inzake rijksbelastingen 52a
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 27 maart
Informatiesoort: VN Vandaag