Rechtbank Rotterdam verwerpt het standpunt van X dat een verlenging van de levensduur van de installaties alleen mogelijk is als er een ingrijpende renovatie aan de onroerende zaak heeft plaatsgevonden.

Belanghebbende, X, komt op tegen de WOZ-waarde 2017 van een verzorgings- en bejaardentehuis gelegen in Schiedam-Noord. X bepleit verlaging van de waarde van € 4.067.000 naar € 3.599.000. De waarde is bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde. In geschil is onder meer of de heffingsambtenaar terecht de levensduur van de technische installaties heeft verlengd.

Rechtbank Rotterdam verwerpt het standpunt van X dat een verlenging van de levensduur alleen mogelijk is als er een ingrijpende renovatie aan de onroerende zaak heeft plaatsgevonden. Dit volgt niet uit de taxatiewijzer Algemeen. Integendeel, uit deze taxatiewijzer (hoofdstuk 5) volgt juist bij normaal onderhoud en bij het ontbreken van zicht op spoedige beëindiging van het gebruik een levensduurverlenging in de rede ligt. Verder oordeelt de rechtbank dat de door de heffingsambtenaar toegepaste economische veroudering van 10% niet te laag is. De rechtbank verklaart het beroep van X ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Instantie: Rechtbank Rotterdam

Editie: 30 november

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen