De inspecteur legt aan X een ambtshalve aanslag IB/PVV 2015 op. X dient zeven weken na afloop van de vijfjaarstermijn een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag in. De inspecteur wijst dit verzoek af, omdat het verzoek buiten de daarvoor geldende termijn is ingediend. X gaat in (hoger)beroep. De rechtbank oordeelt dat het verzoek van X inderdaad te laat is ingediend en dat deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In hoger beroep is in geschil of X' verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag en dienovereenkomstige vermindering van de belastingrentebeschikking ten onrechte is afgewezen op de grond dat niet tijdig om ambtshalve vermindering is verzocht.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de te late indiening van de ambtshalve vermindering vanwege X' psychische problemen en een zware coronabesmetting verschoonbaar is. X' heeft namelijk langdurig last gehad van psychische problemen na een vechtscheiding en een gedwongen ontslagprocedure in 2014, waarvoor hij ook langdurig onder behandeling is geweest bij een psycholoog. Hij heeft hierdoor zijn administratie jarenlang niet bijgehouden. Daarnaast is bij de indiening van de ambtshalve vermindering vertraging ontstaan als gevolg van een zware coronabesmetting in oktober 2020 en het overlijden van de moeder van zijn huidige echtgenote. Daarna heeft X het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag, zo spoedig mogelijk als in de omstandigheden redelijkerwijs van hem kon worden verlangd, op 22 februari 2021 ingediend. Ook acht het hof voor het aannemen van verschoonbaarheid in dit geval verder van belang dat bij een ambtshalve vermindering van de aanslag de rechtszekerheid van derden met een tegengesteld belang niet in het geding is. De standpunten van de inspecteur dat X eerder een uitstel van betaling van de aanslag heeft aangevraagd, op 1 juli 2020 is getrouwd, heeft gewacht tot het einde van de termijn met het indienen van het verzoek, en dat hij toen een zware coronabesmetting kreeg waardoor het verzoek te laat is ingediend en niet iemand anders, zoals zijn adviseur, had gevraagd om de ambtshalve vermindering te indienen worden door het hof afgewezen. X' hoger beroep is gegrond. Het hof wijst de zaak terug naar de inspecteur voor inhoudelijke behandeling.
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 27 februari
Informatiesoort: VN Vandaag