Hof Den Haag oordeelt dat de stelling van de inspecteur dat het aan de wetgever is en niet aan de rechter om te voorzien in het rechtstekort dat gepaard gaat met een schending van het EVRM als gevolg van de box 3-heffing faalt. Het hof gaat over tot rechtsherstel overeenkomstig het arrest HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, BNB 2024/84, V-N 2024/28.3.

X doet aangifte IB/PVV 2018. Tot zijn grondslag sparen en beleggen behoren spaartegoeden, beleggingen en onroerende zaken. Naar aanleiding van het Besluit rechtsherstel box 3 verlaagt de inspecteur de aanslag. X voert aan het werkelijke rendement in box veel lager is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het binnen de Wet rechtsherstel box 3 geldende forfaitaire stelsel in strijd is met artikel 1 EP bij het EVRM. In hoger beroep is in geschil of de Wet rechtsherstel box 3 in strijd is met art. 1EP EVRM in combinatie met artikel 14 EVRM.

Hof Den Haag oordeelt dat de stelling van de inspecteur dat het aan de wetgever is en niet aan de rechter om te voorzien in het rechtstekort dat gepaard gaat met een schending van het EVRM als gevolg van de box 3-heffing faalt. De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 6 juni 2024 (HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, ECLI:NL:HR:2024:705, ECLI:NL:HR:2024:756, ECLI:NL:HR:2024:813, BNB 2024/84-87, V-N 2024/28.3-28.6) geoordeeld dat in situaties waarin een schending optreedt van het EVRM rechtsherstel geboden moet worden. Aangezien het werkelijk rendement lager is dan het overeenkomstig de Herstelwet berekende rendement, biedt het hof verder rechtsherstel. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet rechtsherstel box 3 3

Wet rechtsherstel box 3 2

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 28 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

392

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen