X heeft de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit. Twee van zijn kinderen hebben medische klachten. Naar aanleiding van de aangifte IB 2016 vraagt de inspecteur om informatie en bewijsstukken voor de (persoonsgebonden) aftrekposten van de eigen woning, de ziektekosten, de giften en de studiekosten. De inspecteur vindt dat X met een factuur uit Marokko van € 1.110 de tandartskosten aannemelijk maakt, maar corrigeert de aangifte. X gaat in beroep en stelt dat hij recht heeft op een hogere aftrek wegens specifieke zorgkosten. Verder is volgens X sprake van etnisch profileren, waardoor hij ongunstiger wordt behandeld dan personen zonder dubbele nationaliteit.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij recht heeft op een hogere aftrek, maar de rechtbank schorst de uitspraak en stelt de inspecteur in de gelegenheid om binnen vier weken nader te motiveren dat de dubbele nationaliteit van X niet mede (al dan niet indirect vanuit het verleden) een rol heeft gespeeld bij de selectie en/of uitworp van de aangifte 2016. De rechtbank houdt de uitspraak aan.
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 8:51a
Wet inkomstenbelasting 2001 6.17
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Inkomstenbelasting, Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Instantie: Rechtbank Gelderland
Editie: 19 mei