Hof Arnhem oordeelt na verwijzing door de Hoge Raad dat aan de licentie-betalingen geen prestaties ten grondslag liggen en dat via een brievenbusmaatschappij is gepoogd om de winsten van X bv kunstmatig laag te houden.

Belanghebbende, X bv, exploiteert een groothandel in coatings en chemicaliën. X bv betaalt reeds vanaf 1975 licentiekosten aan een bedrijf in Liechtenstein. In 2008 stelt de inspecteur na een boekenonderzoek dat dit een dekmantel is om geld over te hevelen naar Liechtenstein. In geschil zijn de aan X bv opgelegde VPB-navorderingsaanslagen over 2002 tot en met 2005. Rechtbank Breda oordeelt dat X bv jarenlang opzettelijk onjuiste aangiften heeft gedaan door willens en wetens onterechte kosten in aftrek te brengen. De navordering is dus terecht. X bv legt in hoger beroep diverse jaarrekeningen, notulen, e-mails en andere correspondentie over, waaruit volgens haar blijkt dat de licentie-overeenkomsten wel degelijk bestaan. Hof ´s-Hertogenbosch oordeelt dat X bv zich terecht beroept op het vertrouwensbeginsel, aangezien de overeenkomsten bij diverse controles in het verleden specifiek aan de orde zijn geweest. De inspecteur maakt ook niet aannemelijk dat X bv te kwader trouw is. De Hoge Raad (21 december 2012, nr. 11/04564, V-N 2013/2.4) oordeelt echter dat het hof zich ten onrechte niet heeft uitgelaten over andere door de inspecteur aangevoerde nieuwe feiten. Deze hadden onder meer betrekking op de in 2010 afgelegde verklaringen van een stroman. Het oordeel van het hof dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat X bv ter zake van de aftrek van de licentiebetalingen te kwader trouw was, is daarom ook niet goed gemotiveerd. Een beroep op gewekt vertrouwen kan voorts niet met vrucht worden gedaan door een belastingplichtige die onjuiste inlichtingen heeft verstrekt of juiste inlichtingen heeft onthouden. Volgt verwijzing. Hof Arnhem oordeelt dat aan de licentie-betalingen geen prestaties ten grondslag liggen en dat via een brievenbusmaatschappij is gepoogd om de winsten van X bv kunstmatig laag te houden. Door te verhullen dat de brievenbusmaatschappij aan haar gelieerd was, heeft X bv in haar aangiften willens en wetens onjuiste inlichtingen verstrekt. Vanwege deze kwade trouw kan X bv zich niet meer beroepen op het vertrouwensbeginsel. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Vennootschapsbelasting

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 21 oktober

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen