Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de uitkeringen uit de beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering van X terecht tot diens box 1-inkomen rekent.

X sluit een beroepsarbeidsongeschiktheidsverzekering. De verzekeringspremies zijn in 2011 en 2012 fiscaal in aanmerking genomen in de aanslagen IB/PVV. In 2018 legt de inspecteur op X’ verzoek navorderingsaanslagen over 2011 en 2012 op waarbij de premieaftrek alsnog niet in aanmerking is genomen. In 2017 ontvangt X € 31.816 aan uitkeringen van de verzekeraar. De verzekeraar heeft hierbij loonheffing ingehouden. In geschil is of deze uitkeringen als periodieke uitkeringen belast zijn in box 1.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de verzekeringsuitkeringen terecht tot het box 1-inkomen van X heeft gerekend. De verzekering heeft tot doel een periodieke uitkering te verlenen bij derving van inkomen door de verzekerde ten gevolge van zijn (beroeps)arbeidsongeschiktheid. De uitkeringen vallen binnen de tekst van periodieke uitkeringen gedaan ‘ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval’. Het hof verwerpt X’ stelling dat beroepsongeschiktheid geen arbeidsongeschiktheid is. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.124

Wet inkomstenbelasting 2001 3.100

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 7 april

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen