Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat pas in 2016 wilsovereenstemming is bereikt over de verkoop van de slipbaan. Pas toen heeft de beherend vennoot van de CV kunnen verklaren dat zij het aanbod tot koop van de onverdeelde helft van de slipbaan wilde aanvaarden.

Erflater X was 50% aandeelhouder van een vennootschap die in 2006 een slipbaan – een perceel grond met bos, wegen en opstallen van ruim 7 hectare – had verworven voor € 180.000. De onroerende zaak is verkocht voor € 45.000 aan een commanditaire vennootschap (CV), waarin ook X participeerde. In 2018 is de slipbaan uiteindelijk verkocht aan een derde voor € 1.215.330. Volgens de inspecteur was de verkoopprijs van € 45.000 te laag en waren de vennootschap en X zich daarvan bewust. In geschil zijn de IB-navorderingsaanslagen over 2016 en 2017, alsmede de vergrijpboete van € 49.972. De inspecteur heeft toegezegd dat als er meer duidelijkheid is over het genietingsmoment van de uitdeling één van de aanslagen ambtshalve zal worden verminderd. De boete is na het overlijden van X al vernietigd. De erven X stellen in beroep dat de wilsovereenstemming al in 2015 was bereikt, zodat de uitdeling alleen in dat jaar kon worden belast.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat pas in 2016 wilsovereenstemming is bereikt over de verkoop van de slipbaan. Pas toen heeft de beherend vennoot van de CV kunnen verklaren dat zij het aanbod tot koop van de onverdeelde helft van de slipbaan wilde aanvaarden. De waarde in het economische verkeer van de slipbaan was destijds ongeveer € 1,2 mln. De erven X stellen vergeefs dat het terrein was vervuild en dat de koper de bestemmingsplanwijziging heeft gerealiseerd. De koper heeft namelijk als de meestbiedende de vervuiling aanvaard. Daarnaast werd er al rekening mee gehouden dat de koper de bestemming zou laten wijzigen, gelet op het actief aanbieden van de slipbaan voor € 1,3 mln. aan de koper. De verkapte winstuitdeling van € 805.000, waarvan de helft aan X is toegerekend, is ook voor het overige terecht belast. De aanslag over 2017 wordt vernietigd en de erven X krijgen wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriële schadevergoeding van € 1500.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Wet inkomstenbelasting 2001 4.12

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 7 april

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen