De Arcomet-groep houdt zich wereldwijd bezig met kraanverhuur. Het Roemeense SC Arcomet Towercranes SRL koopt of huurt kranen die zij vervolgens aan haar klanten doorverkoopt of verhuurt en Arcomet Service NV België zoekt leveranciers voor haar dochterondernemingen, waaronder Arcomet Roemenië, en onderhandelt met hen over de contractvoorwaarden. De verkoop‑ en huurovereenkomsten worden echter gesloten tussen Arcomet Roemenië en haar leveranciers en klanten. Arcomet België en Arcomet Roemenië sluiten, in aan sluiting op de binnen het concern geldende verrekenprijsregels, een aanvullende overeenkomst. Hierin wordt onder andere een operationele winstmarge gegarandeerd en het jaarlijks uitreiken van een verrekeningsfactuur vastgelegd. Op grond van deze overeenkomsten ontvangt Arcomet Roemenië facturen exclusief BTW van Arcomet België. Naar aanleiding van een controle legt de Roemeense fiscus BTW-aanslagen op aan Arcomet Roemenië. Arcomet Roemenië is hier niet mee eens. De Roemeense rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Advocaat-generaal Richard de la Tour concludeert dat de gehanteerde verrekenprijs binnen een internationaal concern moet worden beschouwd als zijnde de tegenprestatie voor een dienst die onder bezwarende titel wordt verricht. Deze dienst is dan ook onderworpen aan BTW-heffing. Hierbij is het volgens de A-G niet in strijd met het EU-recht dat de fiscus andere documenten dan de factuur verlangt om aan te tonen dat de afgenomen diensten zijn gebruikt voor belaste handelingen. Daarbij geldt dan wel weer dat de documenten worden opgevraagd met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. Ook moeten de documenten kunnen aantonen dat de betrokken diensten bestaan en dat zij zijn gebruikt voor de belaste handelingen van de belastingplichtige.
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht
Editie: 7 april
Informatiesoort: VN Vandaag