Na het bekendmaken van de voorgenomen verhoging van het forfait op overige bezittingen in box 3 is door Tweede Kamerleden verzocht om aandacht voor de belastingdruk bij verhuurders. Staatssecretaris Van Oostenbruggen van Financiën deelt de gevolgen van de eventuele verzachtende opties zoals besproken tijdens het commissiedebat van 19 maart 2025 met de Kamer.

Om de derving als gevolg van het uitstel van de Wet werkelijk rendement box 3 naar 2028 te dekken is een verhoging van het forfait op overige bezittingen met 1,78%-punt in 2026 en 2027 voorgesteld. De staatssecretaris heeft drie eventuele verzachtende opties voor de belastingdruk van verhuurders van onroerende zaken in box 3 uitgewerkt op juridische houdbaarheid, budgettaire gevolgen en uitvoerbaarheid. De eerste optie ziet op het niet of slechts gedeeltelijk verhogen van het forfait op overige bezittingen in 2026 en 2027. Deze optie leidt tot een budgettaire derving. De tweede optie is het mogelijk maken van een kostenaftrek in de tegenbewijsregeling in 2026 en 2027. Een werkelijke aftrek van kosten of een forfaitaire aftrek neemt met name uitvoerbaarheidsproblemen met zich mee. Een kostenaftrek voor enkel onroerende zaken acht de staatssecretaris juridisch niet haalbaar vanwege strijd met het gelijkheidsbeginsel. De laatste optie is het actualiseren van de leegwaarderatiotabel. Omdat de leegwaarderatio een forfait is waarmee beoogd wordt de werkelijkheid te benaderen, kan het hanteren van een andere tabel alleen plaatsvinden na een nieuw onderzoek. De uitgewerkte opties kunnen door de Kamer worden gewogen. Het kabinet weegt de voorgenomen verhoging van het forfait op overige bezittingen integraal tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 3 april

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

802

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen