Aan X is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Bij uitspraak op bezwaar is door de gemeente Haarlem aan X een dwangsom toegekend van € 40 voor twee dagen. In geschil is of de gemeente een hogere dwangsom is verschuldigd. De ingebrekestelling is door X kennelijk bewust naar een onbevoegd bestuursorgaan (gemeente Haarlemmermeer) gestuurd. Volgens Hof Amsterdam is de startdatum van de termijn waarover de dwangsom is verschuldigd, de datum waarop het bevoegde bestuursorgaan de ingebrekestelling uiteindelijk heeft ontvangen. X gaat in cassatie.
De Hoge Raad bevestigt dat als datum van ontvangst van de ingebrekestelling de datum geldt waarop het bevoegde bestuursorgaan dit stuk – na doorzending ervan op de voet van art. 2:3 Awb – heeft ontvangen. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetsartikelen:
Algemene wet bestuursrecht 6:15
Algemene wet bestuursrecht 2:3
Algemene wet bestuursrecht 4:17
Informatiesoort: VN Vandaag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Instantie: Hoge Raad
Editie: 27 september