Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de verzending van de uitstelbrief naar het privé-adres van X niet aannemelijk maakt. De aanslag erfbelasting wordt daarom vernietigd.

De moeder (erflaatster) van X overlijdt op 12 december 2019. Op 20 maart 2023 is de aanslag erfbelasting van € 146.780 opgelegd aan X. Dit is buiten de aanslagtermijn van drie jaar, die eindigde op 16 december 2022. Volgens de inspecteur is de aanslag tijdig, omdat vijf maanden uitstel was verleend voor het doen van de aangifte. X stelt dat haar vader als executeur weliswaar had verzocht om uitstel, maar dat was naar haar weten nooit verleend.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de verzending van de uitstelbrief naar het privé-adres van X niet aannemelijk maakt. Een schermprint uit het interne systeem van de Belastingdienst over verleend uitstel zegt niets over de kenbaarheid van X daarvan. Een algemeen rapport over het verzenden van brieven geeft evenmin informatie over dit concrete geval. De aanslag wordt vernietigd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Successiewet 1956 66

Algemene wet inzake rijksbelastingen 11

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Schenk- en erfbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 2 januari

369

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen