De Hoge Raad oordeelt dat de leeftijdsbeperking voor de aftrek van scholingsuitgaven niet in strijd is met de Richtlijn 2000/78/EG van 28 november 2000 noch met het algemene beginsel van non-discriminatie.

Belanghebbende, X, start na zijn dertigste jaar een opleiding tot verkeersvlieger en voert in verband hiermee een bedrag van € 21.524 op aan scholingsuitgaven. De inspecteur beperkt deze aftrek, aangezien de aftrek voor scholingsuitgaven buiten de standaardstudieperiode (een periode van niet meer dan zestien kalenderkwartalen na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar maar vóór het bereiken van de leeftijd van 30 jaar) is gemaximeerd op een bedrag van € 15.000. X stelt dat de aftrekbeperking een door de Grondwet, het EVRM en het IVBPR verboden onderscheid naar leeftijd inhoudt.
 
De Hoge Raad oordeelt dat de leeftijdsbeperking voor de aftrek van scholingsuitgaven niet in strijd is met de Richtlijn 2000/78/EG van 28 november 2000 noch met het algemene beginsel van non-discriminatie. De Hoge verwijst naar zijn arrest van heden met nr. 14/04751bis. De Hoge Raad verwerpt ook de stelling van X dat de staatssecretaris met het Besluit van 21 januari 2010, nr. 2010/372M, Stcrt. 2010, 1307 de leeftijdsgrens voor aftrek heeft willen oprekken (HR 16 oktober 2015, nr. 14/04751, BNB 2016/41).
 
Bron uitspraak
 
Wetsartikelen:
 
IB 2001 Artikel 6.30
 
Datum: 16 mei 2017, zaaknummers: 15/00582 en ECLI:NL:HR:2017:912

 

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 22 mei

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen